De ‘huisvisitatie’: overtreding van de wet leidt niet onmiddellijk tot bewijsuitsluiting

Wanneer de fiscus een fiscale visitatie wenst te verrichten in particuliere woningen of bewoonde lokalen, dan kan dit slechts (zowel inzake directe belastingen conform artikel 319 WIB als inzake indirecte belastingen conform artikel 63 W.BTW.) tussen vijf uur 's morgens en negen uur 's avonds. Belangrijker is evenwel dat de fiscus moet beschikken over een machtiging van de politierechter. Recent is hieromtrent enige commotie ontstaan ten gevolge van een arrest van het Hof van Cassatie (21 april 2022).

De vraag stelde zich wat de gevolgen zijn indien de betrokken machtiging weliswaar werd verleend door de politierechter, maar dat deze machtiging niet geldig was (ze bevatte geen aanwijzingen of elementen die doen vermoeden dat in de bewoonde plaatsen belastbare handelingen werden uitgeoefend). Mag het verkregen bewijs dan in rechte door de fiscus worden gebruikt? Of moet dit bewijs uitgesloten worden?

Ons inziens moet een onderscheid gemaakt worden tussen de rechtsgeldigheid van de machtiging en de gevolgen die daaraan gekoppeld worden (al dan niet aanwenden van het verkregen bewijsmateriaal).

De fiscus stelde daarop cassatieberoep in. Het Hof van Cassatie oordeelde in zijn arrest van 21 april 2022 dat het hof van beroep weliswaar had vastgesteld dat de machtiging ongeldig was, maar dat de gevolgen die het hof daaraan koppelde (het bewijs mag niet worden gebruikt) te ver gaan. Het hof van beroep mocht niet zonder meer oordelen dat het onrechtmatig verkregen bewijs niet mocht worden gebruikt, zonder daarbij rekening te houden met de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces. Het hof te Gent heeft zijn huiswerk dus niet goed gemaakt: een concretere toetsing aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces was noodzakelijk om tot het besluit te komen dat het bewijs niet mocht worden aangewend.

Het valt dan ook af te wachten of het hof van beroep te Antwerpen (naar waar de zaak werd doorverwezen) een concrete(re) toetsing zal verrichten aan de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces.

De hamvraag blijft dus: mag bewijs gebruikt worden dat werd verkregen via een ongeldige machtiging?

De hamvraag blijft dus: mag bewijs gebruikt worden dat werd verkregen via een ongeldige machtiging? Laten de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces dit toe? In feite wil het Hof van Cassatie hier dat de Antigoon-doctrine wordt toegepast: het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs kan slechts worden geweerd indien de bewijsmiddelen verkregen zijn op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar moet worden geacht, of indien dit gebruik het recht van de belastingplichtige op een eerlijk proces in het gedrang brengt.

Ons inziens mag het belang van een machtiging niet onderschat worden. Indien er iets schort aan die machtiging en zij dus de facto onbestaande of minstens ongeldig is, dan zijn de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces aangetast. Door die machtiging wordt een fundamenteel grondrecht van de belastingplichtige (onschendbaarheid van de woning – artikel 15 grondwet) opgeheven. Dit mag niet herleid worden tot een nietszeggende formaliteit. Afwachten of het hof van beroep te Antwerpen er ook zo over denkt.

Cazimir

Dit artikel is gereproduceerd met de vriendelijke toestemming van de Jubel.be-website waar het werd gepubliceerd